Stukkie muurkunst
De Peukenplukker van 1012
Londen heeft Jack the Ripper, New York de Son of Sam en 1012 heeft de Peukenplukker. De Peukenplukker waart ’s nachts rond over de Wallen en steelt overal volle vuilniszakken. In donkere steegjes scheurt de Peukenplukker de zakken met brute kracht open en verspreidt hun ingewanden, sorry, de inhoud over het wegdek. Dan, in het zwakke schijnsel van de straatlantaarn, zoekt hij tussen alle rommel naar peuken. Vervolgens haalt hij de restjes tabak uit de peuken –een handeling die doet denken aan het plukken van een kip, vandaar de naam Peukenplukker- draait daarvan een shaggie en rookt die op.
Er is een gezegde dat luidt: “Een tevreden roker is geen onruststoker”. Maar ik kan je verzekeren dat de ravage die de Peukenplukker achterlaat het leefklimaat in zo’n steeg ernstig ontwricht. ’s Ochtends, als wij brave burgers onze voordeur uitstappen, wanen we ons op een vuilnisbelt. Een enkele keer is het zelfs onmogelijk om het huis te verlaten. In paniek bellen we de stadsreiniging die de rotzooi (soms) komt opruimen of neemt iemand zelf de bezem en schep ter hand. Inmiddels is er een vaag signalement van de Peukenplukker bekend en heeft hij de aandacht van handhaving en de echte politie. Helaas hebben zij de Peukenplukker vooralsnog niet op heterdaad kunnen betrappen.

Onze hoop was dus gevestigd op het nieuwe jaar. Zou de Peukenplukker goede voornemens hebben en stoppen met roken? Het antwoord op die vraag lag vanochtend, 2 januari 2012, op straat in vuilnis geschreven.
Gelukkig Nieuwjaar!!!!
Postcode 1012 is terug in 2012 en wenst iedereen een gelukkig nieuwjaar. Waarom je mij lang hebt moeten missen? Het hele verhaal staat hier. Kort samengevat: bij de overgang van typepad naar wordpress is er bij weblogbeheerder Sanoma alles misgegaan wat er maar mis kon gaan. Toen mijn weblog na maanden weer online was, kon ik het design niet aanpassen. Een weblog over de Wallen met een header van een vredig boslandschapje inspireert niet en ik heb koppig gewacht op de oplossing. Na veel gepuzzel heb ik het uiterlijk enigszins kunnen aanpassen. Het boslandschapje is verdwenen en de confetti op de achtergrond is ook weg. In de komende dagen hoop ik het design aan te kunnen passen. Ik zal dan ook een aantal berichten posten die ik in de afgelopen maanden heb geschreven of gefotografeerd. Hou mijn weblog dus in de gaten!
fietsparkeerverbodbord
Er zijn van die problemen waar je eerst nooit echt last van had, maar dan plotseling zo groot worden dat je moet ingrijpen. Geparkeerde fietsen tegen mijn voordeur is zo’n ding. In al die jaren is het slechts een keer voorgekomen dat ik, met mijn kind in kinderwagen, mijn huis niet in kon omdat een geparkeerde scooter de voordeur blokkeerde. Dat was ergens in 2004.
Maar de laatste twee maanden was het foutparkeren opeens schering en inslag. Alsof er een soort tsunami van fietsen de steeg had overspoeld, waarbij de fietsen net zo willekeurig tegen de muren en deuren waren gekwakt als al die scheepswrakken en andere brokstukken in Japan. Soms betrapte ik iemand, veelal een toerist, die dan schaapachtig wat excuses uitsprak, en je zag hem denken: “Maar die voordeuren zien er hier ook zo anders uit dan in Italië”.
Een keertje hoorde ik vanachter mijn voordeur een conversatie tussen twee Nederlandse studenten:
Meisje: “Waar laten we onze fiets?”
Jongen: “Daar!’
Meisje: “Maar dat is een voordeur!”
Jongen: “Nou en!!”
Een paar uur later hoorde ik ze vloeken omdat hun fietsbanden waren leeggelopen. Tja, dat krijg je er van.
Veel vaker komt voor dat de fietsen in driedubbele rijen tegen mijn gevel zijn geparkeerd, waardoor er slechts een paadje van een halve meter vrij blijft naar mijn voordeur. Wat dan weer ontzettend onhandig is als je zelf een fiets in de hand hebt. En je boodschappen, en je kind, en een schooltas, en een hockeytas, en je huissleutels…
Enfin, dit probleem riep om een oplossing. De algemeen plaatselijke verordening is duidelijk. Het is verboden om je fiets zodanig te parkeren dat de toegang tot een woning of bedrijf gehinderd wordt. Je mag je fiets zonder toestemming tegen een gevel parkeren, tenzij de eigenaar expliciet op de gevel heeft aangegeven dat het niet mag. Hoe de eigenaar dat aangeeft maakt niet uit. ‘t Mag een tekstje zijn of een sticker of een krijttekening.
Ik kocht dus twee stickers en plakte die op de ramen pal naast de deur. Van mij mag iedereen zijn fiets tegen mijn gevel aanzetten, als ze mijn voordeur maar een beetje vrijlaten. Maar toen ik het resultaat bekeek, realiseerde ik me plotseling dat het niet de goede stickers waren. Zo zien ze eruit:
Dat betekent officieel: inrijverbod voor fietsers. Ik voelde me behoorlijk lullig, want ik heb van veel dingen last, maar nou net niet van mensen die bij mij naar binnen fietsen. De buurman heeft deze stickers voor het raam:
Ook bovenstaand bord betekent, maar dan in de rest van Europa, een inrijverbod voor fietsers. Het enige echte fietsparkeerverbodbord ziet er zo uit:
In de buurt vond ik dit bordje welgeteld een keer, bij een Chinees restaurant op de Zeedijk. Voor de rest was het een overvloed van inrijverboden. Een beetje bijgochum kan dus zijn fiets gewoon tegen de etalageruit gooien en roepen: maar ik rij toch niet naar binnen? Gelukkig beriep niemand zich tot nu toe op de betekenis van mijn eigen stickers en mijn deur is al een paar dagen vrijwel fietsvrij.
Poes
Op een dag vulde de steeg zich met een luid en wanhopig gemiauw. Een mij onbekende dikke schildpadpoes zocht in blinde paniek een schuilplaats achter deurposten en fietsen. Het was duidelijk dat deze kat niet op straat hoorde. Als redder van alle dieren nam ik het dier mee naar binnen, in de veronderstelling dat de eigenaar snel zou opduiken. Even een mailtje naar alle buren dat de poes kon worden opgehaald en iedereen blij.
Maar er meldde zich niemand.
De poes mocht logeren bij een buurman zodat ik me volledig op de zoektocht kon concentreren. Ik belde de Dierenkwijtlijn, liet de poes op Amivedi zetten, verspreidde postertjes in de buurt en lichtte de middenstand en zelfs de buurtregisseur in. We lieten de kat controleren op een chip en toen ook dat niets opleverde, speurde ik het internet af naar alle vermiste schildpadpoezen van Nederland. Immers, een collega woonachtig in Uithoorn had haar vermiste kat ooit teruggevonden in Heemskerk (en daarmee de krant gehaald), dus een kat uit Alkmaar kon best op de Wallen opduiken toch? Maar de schildpad uit Alkmaar was al lang weer thuis, net als die uit Voorburg en ook die uit Meppel. Blijkbaar werd de poes door niemand gemist of was ze gewoon het zoeken niet waard.
Weken later, we hadden de moed al opgegeven, kreeg ‘onze’ schildpad eindelijk een naam. Amar bleek afkomstig van een coffeeshop in de Lange Niezel. Voordat ik de poes terug bracht, maakte ik eerst een praatje met de eigenaar. Die stond in de deuropening naar jonge toeristes te lonken:”Hey girls, welcome in Amsterdam! How are you, come in… Oh, die kat ja. Hou ‘m maar, ik hoef ‘m niet. Maar als je ‘m niet wilt, ook goed. Breng ‘m dan maar terug”. Zijn aandacht werd weer afgeleid door een paar jonge meiden: “Hi girls, you look lovely, come inside, fun smoke, cheap drinks!”
Ik overlegde met mijn buurman. Was ‘t wel een poeswaardig leven in een coffeeshop met een baasje die ‘m liever kwijt dan rijk was? Na lang wikken en wegen besloten we Amar toch maar terug te brengen. In de coffeeshop maakte de eigenaar behendig met de ene hand het poezenmandje open en met de andere hand de cola voor de ‘nice girls’. Amar schoot onder de bar en de eigenaar gunde ons verder geen blik waardig. Geen dank je wel, geen colaatje voor de moeite. Mijn buurman, die de poes al die tijd had vertroeteld met dure Sheeba en schone kattenbakken, verzuchtte later: “Zelfs een jointje kon er niet van af”.
Familiehotel
Dat er in mijn familie x96of liever gezegd- genealogie wat Amsterdamse relaties zijn, wist ik al. Mijn grootmoeder aan moeders kant was geboren aan de Haarlemmerweg, pal naast de inmiddels gesloopte Maggi fabrieken. Haar ouders, dus mijn overgrootouders, raakten door een erfenis bemiddeld, betrokken een niet onaardig optrekje in Bloemendaal, raakten alles weer kwijt tijdens de crisis en brachten de rest van hun leven door in een benedenhuis in de Watergraafsmeer. Mijn oma zelf was inmiddels getrouwd in Velzen-Driehuis en belandde uiteindelijk met haar gezin in een niet nader te noemen provincieplaats in Zuid Holland. In Amsterdam kwam ze niet zo vaak meer, maar tot haar dood op 86-jarige leeftijd bleef haar x91zx92 als een x91sx92 klinken.
Dat er aan mijn vaders kant ook wat Amsterdamse banden waren, wist ik vaag. Er was een oud-tante die had gewoond aan de Omval en tijdens een familiebijeenkomst hoorde ik in x92t voorbijgaan iets over een herberg op de plek van het huidige Victoriahotel. Toen ik later de roman x91Publieke Werkenx92 van Thomas Roosenboom las, viel mij onmiddellijk op dat een van de hoofdpersonen de kleermaker Carstens heette en er was ook iets over een apothekersfamilie in het Drentse Hoogeveen. Omdat mijn grootmoeder een apothekersdochter was uit Assen, zag ik hier een verband. Het kon niet anders dan Roosenboom in zijn archiefonderzoek de familie Karsten was tegengekomen en deze informatie vrijelijk had gebruikt voor zijn roman. Niet alles komt voort uit pure verbeelding.
Dat vermoeden bleek ik te delen met mijn achterneef die ik gister voor het eerst ontmoette, alleen kon hij wat meer te vertellen over de exacte locatie van x91onzex92 herberg. Die was niet, zoals ik altijd had gedacht, gevestigd op de plek van het Victoria hotel, maar aan de andere kant van de Prins Hendrikkade, dus op de Wallen! Kijk maar eens op de beeldbank, zei mijn achterneef, en verdomd. Op twee fotox92s in het Gemeentearchief, waarvan een van Jacob Olie, staat daar op Prins Hendrikkade nummer 50 het x91Hotel Karsten, koffiehuijs en logementx92.
Met een beetje googlen kwam ik iets meer te weten over mijn voorouders en het pand. Het hotel was eigendom van mijn betovergrootvader Karst Jan Karsten die x92t ergens in de tweede helft van de 19e eeuw had gekocht. Op een foto uit 1867 telt Prins Hendrikkade 50 nog maar drie verdiepingen en een zolder en heette het veerhuis Lemmer. In 1883 heeft mijn betovergrootvader er enkele verdiepingen op laten zetten, getuige de door hemzelf gesigneerde bouwtekening die zich in x92t Gemeentearchief bevindt. Ondertussen was mijn overgrootvader Rense al geboren, in 1871, dus x92t kan niet anders dan dat hij in zijn kindertijd heeft rondgehuppeld door dezelfde straten als waar ik nu dagelijks loop. In 1896 vertrok hij na een apothekersstudie naar Assen waar hij een apotheek overnam. Maar de banden met Amsterdam werden niet helemaal verbroken. In 1910 trouwde hij hier met de in Amsterdam geboren Anna Margaretha Graf, wier voorouders ooit uit Noord Rhein Westfalen waren gexebmigreerd. Het hotel heette toen al geen Karsten meer. In 1901 was het blijkbaar overgenomen door het naastgelegen hotel De Wereld die de twee panden samenvoegde en er een hele nieuwe gevel tegenaan liet bouwen. Het jaartal 1896 in de huidige gevel moet een soort vervalsing zijn, want de officieele bouwtekeningen dateren van vier jaar later. In de jaren twintig vestigde het Leger des Heils er haar hoofdkwartier en met een korte onderbreking in de oorlog, is het pand nog steeds in handen van het Leger, getuige de religieuze teksten op de gevel: God roept U en Jesus Loves You (en de christelijke boekhandel in de plint). Karst Jan stierf in 1914 en werd op 7 maart van dat jaar op de Nieuwe Ooster begraven.
Het hotel Karsten was een ware x91eye-openerx92 voor mij en mijn broer en mijn neven die net als ik al jaren in Amsterdam wonen, maar hier niet zijn geboren. Mijn neef schreef: ik ben 1012 materiaal met ancixebnniteit! Mijn broer dat we in de 19e eeuw al vuistdiep in het vastgoed van 1012 zaten. Zelf stelde ik me zo voor dat x96mocht iemand me ooit nog import noemen- ik zou roepen: x93Zeg luister pik, mijn voorouders hadden al een hotel op de Wallen toen jouw voorouders nog turf liepen te steken in de Brabantse Peel! DUHHHx94
Over kunst, kraken en hoogglanskeukens II
Een ontruimingsbevel dus. Zelfs de agent die ermee voor de deur stond, vond het jammer. Het ontruimingsbevel was in gang gezet door de Staat der Nederlanden op grond van de anti-kraakwet, en niet, zoals vroeger gewoonlijk was, het gevolg van een civiele procedure. De eigenaar was er niet eens aan te pas gekomen. Dat kon ik niet over mijn kant laten gaan en ik schreef een verklaring ten gunste van de krakers.
Zo belandde ik afgelopen donderdag op zitting van een kort geding dat vier panden, waaronder de sauna, tegen de ontruiming hadden aangespannen. De eerste helft, die ik doorbracht op de publieke tribune, ging vooral over de invulling van de uitspraak van het hof twee dagen daarvoor. Moet het belang van de krakers toch worden meegenomen in de afweging om tot ontruiming over te gaan? En moet je wel ontruimen, als er toch niets met een pand gebeurd?
Tijdens de tweede helft, die ik nu in de zaal zelf mocht bijwonen, kwamen de afzonderlijke panden aan de orde. Tot mijn grote verbazing, en die van de krakers, kwam de eigenaar van de sauna met een huurcontract op de proppen. Sinds 1 maart was de ruimte verhuurd aan een overigens bonafide lijkende bedrijf Mystic Living, gespecialiseerd in hoogglanskeukens en welness badkamers. Om wat dichter bij de klanten in de binnenstad te zijnx85.
De eigenaar had net zo goed aan kunnen kondigen dat Ikea een nieuwe vestiging zou openen op de Wallen. De advocaat van de krakers sprak dan ook van een schijncontract, gezien de slechte bouwkundige staat, de onwaarschijnlijke locatie en de beperkte mogelijkheden vanwege de in beton gegoten sauna-voorzieningen. Ik liet een parketwachter een briefje bij de advocaat bezorgen waarin ik wees op een nog ander belangrijk argument en voordat ik x92t wist, zat ik achter de microfoon.
Want denkt u even met mij mee. De steeg gaat aan een zijde veertien maanden potdicht vanwege de aanleg van een tunnel. Een bedrijf als Mystic Living is voor zijn toevoer dan volledig aangewezen op de Warmoesstraat. Daar mag je alleen tussen 8.00 x92s ochtends en 12.00 x92s middags met auto en/of vrachtwagen komen. En dan moet je nog uit goed hout gesneden zijn, wil je je weg vinden tussen de machox92s van Heineken en Interbrew. De steeg zelf is 2 meter 90 breed. Daar kunnen en mogen al helemaal geen autox92s, laat staan, bestelbusjes komen. Hoe wil Mystic Living zijn hoogglanskeukens, die de maat van een gemiddelde sociale woning hebben, in de steeg krijgen. En er weer uit?
Nou, dat was allemaal GEEN probleem voor Mystic Living die kennelijk in de ondergekotste, ondergepiste, compleet onbereikbare Heintje Hoekssteeg de ideale plek ziet om zijn klanten uit de grachtengordel te ontvangen. Aldus de eigenaar.
Ik geloofde er niets van. De krakers geloofden het niet. De gemeente, die ik na de zitting op de hoogte stelde van de x91nieuwe aanwinst' voor het 1012 gebied, geloofde het niet. Mijn buren geloofden het niet.
En of de rechter het gelooftx85 uitspraak 18 maart.
Over kunst, kraken en hoogglanskeukens I
In de discussie rond de anti-kraakwet gebruikte een VVD-politicus een oude auto als vergelijking. Als dat ding om wat voor reden dan ook maandenlang ongebruikt langs de kant staat, geeft dat een ander nog niet het recht om er in te gaan rijden. Zo is het, volgens die politicus dan, net als met gebouwen. Dat het maanden- of zelfs jaren lang leeg staat, geeft een ander nog niet het recht om het in gebruik te nemen.
Dat kraken een vorm van diefstal is, daar zit wat in. Maar toch. Als die auto nou maandenlang een (schaarse) parkeerplaats bezet houdt. En de banden zijn lek. En de lak zit onder de vogelpoep. En de motor is ook al kapot. En er komt iemand die denkt, ik pik die auto en ik knap x91m op. En die gaat er mee langs allerlei bejaardentehuizen rijden om eenzame bejaarden te bezoeken. Of voedselpakketten afleveren bij mensen die honger lijden. Of voor mijn part grachtengordelkindjes heen en weer rijden naar de hockeyclub onder het talud van de A10 zodat ze niet door allerlei enge slecht verlichte laantjes met kinderverkrachters in de bosjes hoeven te fietsen. Dan is het inpikken van die auto juridisch gezien wel diefstal, maar moreel gezien komt zox92n diefstal in een heel ander licht te staan. Zo is x91t, volgens mij dan, net als met gebouwen.
Nu ken ik geen gevallen van gestolen auto's die worden ingezet voor nobele doelen en het aantal gekraakte panden dat voor een maatschappelijke toegevoegde waarde wordt gekraakt, schijnt steeds minder te worden. Maar toevallig woon ik vlakbij zo'n kraakpandje en ik ben heel erg content met het gebruik ervan, namelijk als kunstgalerie en -manifestatieruimte.
Kunst, dat is volgens de rechtse lobby een linkse hobby, maar de rotstekeningen in de grot van Chauvet doen vermoeden dat er al kunst werd gemaakt vxf3xf3r de oprichting van de PvdA in 1946. De toegevoegde waarde ligt niet eens zozeer in de culturele functie van het kunstcollectief zelf, maar meer in hun keuze voor de Wallen. De gemeente en corporaties kopen voor miljoenen aan vastgoed in het 1012 gebied en vult die al dan niet gesubsidieerd met projecten als Red Light Design, Red Light Radio en Red Light Fashion. Met de komst van de creatieve sector op de Wallen hopen de coalitiepartners een bres te slaan in de pretparkcultuur van pizzapunten, speurtochten en stagparties (en vrouwenhandel). En hier is dan een clubje dat een langdurig leegstaande en vervallen sauna kraakt en x92t opknapt en er minder en ongevestigde kunstenaars hun werk laat exposeren. Zonder xe9xe9n cent subsidie.
En wat doe je dan als burgemeester? Tja, dan teken je een ontruimingsbevelx85.
Horeca? Samen komen we er wel uit. Soms.
Werkelijk verademend om in het Parool te lezen van afgelopen zaterdag dat het stadsdeel zich voortaan gaat richten op notoire overlastveroorzakende horeca en niet meer op die paar stoelpoten die wel 's over een 'Iping-punaise' staan. Heel verstandig. Bewoners en horeca kunnen problemen heel goed zelf oplossen en hoeven niet bij 't minste of geringste naar het stadsdeel te hollen. Dat er heel streng en snel opgetreden gaat worden bij ernstige overlast is dan een mooie stok achter de deur. Horeca, we komen er samen wel uit. Niet altijd. Soms.
Als ik heel erg dronken ben en mijn vermogen tot genuanceerde uitspraken tot 0 is gedaald, wil ik de horeca wel eens met kanker vergelijken. 't Woekert als een tierelier en als je er niet op tijd bij bent, zit het overal.
Die vergelijking komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Op papier woon ik acht meter van een restaurant af, in de praktijk woon ik er zowat in. In een paar jaar van onoplettendheid heeft de eigenaar de airco's en de koelingen aan de buitenkant van mijn slaapkamermuur gehangen waardoor je nog van alles kon doen in die kamer, behalve slapen. De gemeenschappelijke gang naar de bergingen werd bij de horecakeuken getrokken waardoor een buur zijn in de berging opgeslagen meubilair in stukken moest zagen om het er nog uit te krijgen. De keuken in de bovengelegen woning werd in gebruik genomen voor de mis-en-place waardoor de obers dag en nacht met gerechten op en neer liepen over het gemeenschappelijke dakterras waaraan alle slaapkamers van ons complex grenzen enzovoort. Nooit heeft iemand van de VvE hem een strobreed in de weg gelegd onder het mom 'hij is onze buurman en we moeten toch met hem samenleven'. Dat je moet samenleven met je buren, heeft die buurman zichzelf kennelijk nooit afgevraagd, maar inmiddels is het wel doorgedrongen dat er grenzen zijn aan de tolerantie.
Een ander horeca-etablishement in de plint van ons gebouw verziekt al jaren het woongenot van mijn buren door keer op keer stiekum de muziekbegrenzer te saboteren. Heb ik zelf geen last van, wel van de glascontainer die iedere keer weer achter onze huizen verschijnt en steevast om vier uur 's nachts wordt volgestort. We kregen allemaal een 'welgemeende' nieuwjaarskaart, direkt gevolgd door een andere kaart met daarin de mededeling dat de begrenzer dit keer MET toestemming van de gemeente zou worden uitgeschakeld in verband met het oudejaarsfeest. De beste wensen voor 2011 zijn niet wederzijds.
Het kan ook anders. In onze steeg bevindt zich de nooduitgang van een groot cafe. De deuren gingen steevast om 12.00 open zodat we zelf onze ramen moesten sluiten, wilden we niet de hele dag meegenieten van een of andere Engelse voetbalmatch. Erger nog, de nooduitgang ging op den duur in de praktijk dienst doen als tweede entree en de steeg als rookterras vol luidruchtige dronken Britten. Alle buren waren wel 's langs geweest om te praten, maar de reactie van het dienstdoende personeel liep uiteen van onverschilligheid tot regelrechte intimidatie. Nadat een buurman dermate bedreigd was, dat hij zich genoodzaakt voelde om aangifte te doen, was de maat vol. We schakelden het stadsdeel in en plotseling werden we door de eigenaar zelf benaderd. Het speet hem enorm en we kregen allemaal zijn mobiele nummer om te kunnen bellen bij overlast. In ruil daarvoor mocht hij voortaan de deur iedere dag een half uurtje open zetten om te luchten, ook al is dat nadrukkelijk verboden in de A.P.V.. Sindsdien nooit meer last gehad.
Ook geen last meer van het cafe op de hoek dat jarenlang een kapotte airco op zijn dak had staan. Dag in dag uit konden we genieten -not- van een steeds sterker wordende brom die zich ontlaadde in een oorverdovende knal. Om de vijf minuten, om gek van te worden. We stelden een delegatie samen, gingen het gesprek aan met de eigenaar die de monteur bij het gesprek liet aanzitten. Twee weken later was het probleem verholpen. En oja, toen we Schiphol niet konden bereiken vanwege een falende NS, bood de eigenaar onmiddelijk aan om ons met zijn auto naar het vliegveld te brengen.


