Langparkeren

Al jaren wordt hier op de gracht een zeer schaarse parkeerplaats bezet gehouden door één bepaalde auto. Zonder al te veel in details te treden kan ik het vehikel omschrijven als een modelletje dat bijna de eerbiedwaardige leeftijd van een  oldtimer heeft bereikt. Met dit verschil dat een oldtimer met liefde gepoetst en bepoteld wordt, maar dit eh… ding een ronduit wrakkige indruk maakt.

In gereden wordt er zelden. Zo’n twee keer per jaar verandert ‘ie van plek, wat een indicatie is van een autoritje. Een daarvan dient voor de APK waarvoor het autootje ieder jaar wonderlijk genoeg glansrijk slaagt. Juridisch betekent dit dat de gemeente of politie niets kan beginnen, want een wrak is pas een echt wrak als een auto niet meer kan rijden.

Onlangs maakte ik kennis met de eigenaar. Knap, beschaafd en gesoigneerd. Het contrast met zijn auto kon niet groter zijn. Met liefde vertelde hij over de aanschaf van het autootje in een ver verleden, over een recente tocht naar een zeker buitenland en de fanclub van het automerk. Ja, hij had gehoord over klachten vanuit de buurt, maar hij was van plan de auto helemaal op te knappen. Over lang parkeren hadden we het niet meer. Bovendien, zelf rijd ik de laatste tijd ook niet heel vaak en veel alternatieven voor langparkeerders zijn er (nog) niet.

Maar in de buurt liepen de irritaties hoog op. Begrijpelijk want parkeerplaatsen zijn schaars en de auto lijkt geen andere functie te hebben dan het  eindeloos bezet houden van een plek. En auto’s moeten rijden, nietwaar?  Van de week verscheen er een anoniem protest op de voorruit:

Ik wist dat de eigenaar op vakantie was en voorlopig het briefje niet zou lezen. De gedachte dat hij bij terugkomst zijn auto in het water terug zou vinden vond ik wat te ver gaan. Daarom schreef ik ook een briefje, de buren van de eigenaar plakten het op de auto:

Voordat deze auto op de bodem van de gracht beland,

De eigenaar verblijft een paar weken in ’t buitenland.

Hij weet heel goed dat zijn auto ons al jaren kwelt,

Dat is hem vaak genoeg verteld.

Maar laat deze auto nog even staan

De boodschap komt, denk ik, dan beter aan.

In de kou

De laatste dagen leek het te spoken in huis. Zo nu en dan klonk een keiharde knal alsof een deur door een windvlaag werd dichtgeslagen terwijl alle deuren gewoon open stonden. Totdat ik gisteravond vlakbij de ketelkast stond en weer die keiharde dreun hoorde. De cv ketel, nog geen jaar oud, bleek de boosdoener. Geschrokken trok ik onmiddellijk de stekker eruit en zag toen dat de implosies het rookafvoerkanaal had ontwricht. Alle rookgassen stroomden direct mijn woning in.

Aangezien de ketel is gehuurd  en daaraan een service-abonnement is verbonden, belde ik vanochtend keteleigenaar Feenstra. Die zouden diezelfde dag nog een monteur sturen. Helaas konden ze niet zeggen hoe laat dus er zat niets anders op dan alle geplande uitjes voor de zondag te schrappen en de hele dag thuis te gaan zitten wachten. Toen ik me toch even buiten de deur waagde voor een boodschap, werd ik gebeld door de monteur. Hij was in Diemen en verwachtte binnen twintig minuten bij mij te zijn. Rustig liep ik naar huis en ik had nog geen stap over de drempel gezet toen ik door het service-center van Feenstra werd gebeld.

“Mevrouw, de monteur rijdt al drie kwartier rondjes en hij kan geen parkeerplek vinden. Vindt u het erg als er morgen pas iemand komt?”

“Ja,” zei ik,”dat vind ik heel erg, want ik zit nu zonder verwarming en ik heb het koud! En wat gek dat uw monteur al drie kwartier rondjes rijdt, terwijl hij een kwartier geleden nog in Diemen stond.”

“O”, zei de mevrouw van het service-center,”maar er staan ook overal paaltjes waardoor hij niet bij uw huis kan komen. En die gaan morgen tussen 7.00 en 11.00 naar beneden”.

“Mevrouw, uw monteur probeert de Warmoesstraat in te rijden. Hij moet via de Oudezijds Voorburgwal!”

“Ja maar er is nergens parkeerplek. Volgens de monteur is parkeren morgenochtend geen probleem”.

“Mevrouw, hier is NOOIT parkeerplek en AL HELEMAAL NIET OP MAANDAGOCHTEND”

“U moet niet tegen mij schreeuwen”, zei de mevrouw van Feenstra.

“En uw monteur moet niet liegen. Waarom is het parkeren geen probleem als die ketel waarvoor ik elke maand betaal, geïnstalleerd wordt, maar wel zodra het jullie geld kost?!”

Enfin, de discussie over het parkeren op een laad- en losplek die op dat moment vrij was, liep ook op niets uit. De monteur had er duidelijk geen zin in, mevrouw Feenstra ook niet en ik had het nog steeds koud. Anderhalf uur later stond de monteur alsnog voor de deur, verving de ontstekingskabel (fabrieksfoutje) en schoof het rookafvoerkanaal weer op z’n plaats. Eind goed al goed. Nu maar hopen dat de wasmachine het niet begeeft, want vind maar eens een bedrijf dat het centrum van Amsterdam nog bedient.

De Peukenplukker van 1012

Londen heeft Jack the Ripper, New York de Son of Sam en 1012 heeft de Peukenplukker. De Peukenplukker waart ’s nachts rond over de Wallen en steelt overal volle vuilniszakken. In donkere steegjes scheurt de Peukenplukker de zakken met brute kracht open en verspreidt hun ingewanden, sorry, de inhoud over het wegdek. Dan, in het zwakke schijnsel van de straatlantaarn, zoekt hij tussen alle rommel naar peuken. Vervolgens haalt hij de restjes tabak uit de peuken –een handeling die doet denken aan het plukken van een kip, vandaar de naam Peukenplukker- draait daarvan een shaggie en rookt die op.

Er is een gezegde dat luidt: “Een tevreden roker is geen onruststoker”. Maar ik kan je verzekeren dat de ravage die de Peukenplukker achterlaat het leefklimaat in zo’n steeg ernstig ontwricht. ’s Ochtends, als wij brave burgers onze voordeur uitstappen, wanen we ons op een vuilnisbelt. Een enkele keer is het zelfs onmogelijk om het huis te verlaten. In paniek bellen we de stadsreiniging die de rotzooi (soms) komt opruimen  of neemt iemand zelf de bezem en schep ter hand. Inmiddels is er een vaag signalement van de Peukenplukker bekend en heeft hij de aandacht van handhaving en de echte politie. Helaas hebben zij  de Peukenplukker vooralsnog niet op heterdaad kunnen betrappen.


Onze hoop was dus gevestigd op het nieuwe jaar. Zou de Peukenplukker goede voornemens hebben en stoppen met roken? Het antwoord op die vraag lag vanochtend, 2 januari 2012, op straat in vuilnis geschreven.

Gelukkig Nieuwjaar!!!!

Postcode 1012 is terug in 2012 en wenst iedereen een gelukkig nieuwjaar. Waarom je mij lang hebt moeten missen? Het hele verhaal staat hier. Kort samengevat: bij de overgang van typepad naar wordpress is er bij weblogbeheerder Sanoma alles misgegaan wat er maar mis kon gaan. Toen mijn weblog na maanden weer online was, kon ik het design niet aanpassen. Een weblog over de Wallen met een header van een vredig boslandschapje inspireert niet en ik heb koppig gewacht op de oplossing. Na veel gepuzzel heb ik het uiterlijk enigszins kunnen aanpassen. Het boslandschapje is verdwenen en de confetti op de achtergrond is ook weg. In de komende dagen hoop ik het design aan te kunnen passen. Ik zal dan ook een aantal berichten posten die ik in de afgelopen maanden heb geschreven of gefotografeerd. Hou mijn weblog dus in de gaten!

fietsparkeerverbodbord

Er zijn van die problemen waar je eerst nooit echt last van had, maar dan plotseling zo groot worden dat je moet ingrijpen. Geparkeerde fietsen tegen mijn voordeur is zo’n ding. In al die jaren is het slechts een keer voorgekomen dat ik, met mijn kind in kinderwagen, mijn huis niet in kon omdat een geparkeerde scooter de voordeur blokkeerde.  Dat was ergens in 2004.

Maar de laatste twee maanden was het foutparkeren opeens schering en inslag. Alsof er een soort tsunami van fietsen de steeg had overspoeld, waarbij de fietsen net zo willekeurig tegen de muren en deuren waren gekwakt als al die scheepswrakken en andere brokstukken in Japan. Soms betrapte ik iemand, veelal een toerist, die dan schaapachtig wat excuses uitsprak, en je zag hem denken: “Maar die voordeuren zien er hier ook zo anders uit dan in Italië”.

Een keertje hoorde ik vanachter mijn voordeur een conversatie tussen twee Nederlandse studenten:

Meisje: “Waar laten we onze fiets?”

Jongen: “Daar!’

Meisje: “Maar dat is een voordeur!”

Jongen: “Nou en!!”

Een paar uur later hoorde ik ze vloeken omdat hun fietsbanden waren leeggelopen. Tja, dat krijg je er van.

Veel vaker komt voor dat de fietsen in driedubbele rijen tegen mijn gevel zijn geparkeerd, waardoor er slechts een paadje van een halve meter vrij blijft naar mijn voordeur. Wat dan weer ontzettend onhandig is als je zelf een fiets in de hand hebt. En je boodschappen, en je kind, en een schooltas, en een hockeytas, en je huissleutels…

Enfin, dit probleem riep om een oplossing. De algemeen plaatselijke verordening is duidelijk. Het is verboden om je fiets zodanig te parkeren dat de toegang tot een woning of bedrijf gehinderd wordt. Je mag je fiets zonder toestemming tegen een gevel parkeren, tenzij de eigenaar expliciet op de gevel heeft aangegeven dat het niet mag. Hoe de eigenaar dat aangeeft maakt niet uit. ‘t Mag een tekstje zijn of een sticker of een krijttekening.

Ik kocht dus twee stickers en plakte die op de ramen pal naast de deur. Van mij mag iedereen zijn fiets tegen mijn gevel aanzetten, als ze mijn voordeur maar een beetje vrijlaten. Maar toen ik het resultaat bekeek, realiseerde ik me plotseling dat het niet de goede stickers waren. Zo zien ze eruit:

Fietsen-verboden
Dat betekent officieel: inrijverbod voor fietsers. Ik voelde me behoorlijk lullig, want ik heb van veel dingen last, maar nou net niet van mensen die bij mij naar binnen fietsen. De buurman heeft deze stickers voor het raam:

Product_3001_1 Ook bovenstaand bord betekent, maar dan in de rest van Europa, een inrijverbod voor fietsers. Het enige echte fietsparkeerverbodbord ziet er zo uit:

Verbodparke

In de buurt vond ik dit bordje welgeteld een keer, bij een Chinees restaurant op de Zeedijk. Voor de rest was het een overvloed van inrijverboden. Een beetje bijgochum kan dus zijn fiets gewoon tegen de etalageruit gooien en roepen: maar ik rij toch niet naar binnen? Gelukkig beriep niemand zich tot nu toe op de betekenis van mijn eigen stickers en mijn deur is al een paar dagen vrijwel fietsvrij.

 

Poes

Op een dag vulde de steeg zich met een luid en wanhopig gemiauw. Een mij onbekende dikke schildpadpoes zocht in blinde paniek een schuilplaats achter deurposten en fietsen. Het was duidelijk dat deze kat niet op straat hoorde. Als redder van alle dieren nam ik het dier mee naar binnen,  in de veronderstelling dat de eigenaar snel zou opduiken. Even een mailtje naar alle buren dat de poes kon worden opgehaald en iedereen blij.

Maar er meldde zich niemand.

De poes mocht logeren bij een buurman zodat ik me volledig op de zoektocht kon concentreren. Ik belde de Dierenkwijtlijn, liet de poes op Amivedi zetten, verspreidde postertjes in de buurt en lichtte de middenstand en zelfs de buurtregisseur in. We lieten de kat controleren op een chip en toen ook dat niets opleverde, speurde ik het internet af naar alle vermiste schildpadpoezen van Nederland. Immers, een collega woonachtig in Uithoorn had haar vermiste kat ooit teruggevonden in Heemskerk (en daarmee de krant gehaald), dus een kat uit Alkmaar kon best op de Wallen opduiken toch? Maar de schildpad uit Alkmaar was al lang weer thuis, net als die uit Voorburg en ook die uit Meppel. Blijkbaar werd de poes door niemand gemist of was ze gewoon het zoeken niet waard.

Poes (3)Weken later, we hadden de moed al opgegeven,  kreeg ‘onze’ schildpad eindelijk een naam. Amar bleek afkomstig van een coffeeshop in de Lange Niezel. Voordat ik de poes terug bracht, maakte ik eerst een praatje met de eigenaar. Die stond in de deuropening naar jonge toeristes te lonken:”Hey girls, welcome in Amsterdam!  How are you, come in… Oh, die kat ja. Hou ‘m maar, ik hoef ‘m niet. Maar als je ‘m niet wilt, ook goed. Breng ‘m dan maar terug”. Zijn aandacht werd weer afgeleid door een paar jonge meiden: “Hi girls, you look lovely, come inside, fun smoke, cheap drinks!”

Ik overlegde met mijn buurman. Was ‘t wel een poeswaardig leven in een coffeeshop met een baasje die ‘m liever kwijt dan rijk was? Na lang wikken en wegen besloten we Amar toch maar terug te brengen. In de coffeeshop maakte de eigenaar behendig met de ene hand het poezenmandje open en met de andere hand de cola voor de ‘nice girls’. Amar schoot onder de bar en de eigenaar gunde ons verder geen blik waardig. Geen dank je wel, geen colaatje voor de moeite. Mijn buurman, die de poes al die tijd had vertroeteld met dure Sheeba en schone kattenbakken, verzuchtte later: “Zelfs een jointje kon er niet van af”.

Familiehotel

  Hotel karsten

Dat er in mijn familie x96of liever gezegd- genealogie wat Amsterdamse relaties zijn, wist ik al. Mijn grootmoeder aan moeders kant was geboren aan de Haarlemmerweg, pal naast de inmiddels gesloopte Maggi fabrieken. Haar ouders, dus mijn overgrootouders, raakten door een erfenis bemiddeld, betrokken een niet onaardig optrekje in Bloemendaal, raakten alles weer kwijt tijdens de crisis en brachten de rest van hun leven door in een benedenhuis in de Watergraafsmeer. Mijn oma zelf was inmiddels getrouwd in Velzen-Driehuis en belandde uiteindelijk met haar gezin in een niet nader te noemen provincieplaats in Zuid Holland. In Amsterdam kwam ze niet zo vaak meer, maar tot haar dood op 86-jarige leeftijd bleef haar x91zx92 als een x91sx92 klinken.

Dat er aan mijn vaders kant ook wat Amsterdamse banden waren, wist ik vaag. Er was een oud-tante die had gewoond aan de Omval en tijdens een familiebijeenkomst hoorde ik in x92t voorbijgaan iets over een herberg op de plek van het huidige Victoriahotel. Toen ik later de roman x91Publieke Werkenx92 van Thomas Roosenboom las, viel mij onmiddellijk op dat een van de hoofdpersonen de kleermaker Carstens heette en er was ook iets over een apothekersfamilie in het Drentse Hoogeveen. Omdat mijn grootmoeder een apothekersdochter was uit Assen, zag ik hier een verband. Het kon niet anders dan Roosenboom in zijn archiefonderzoek de familie Karsten was tegengekomen en deze informatie vrijelijk had gebruikt voor zijn roman. Niet alles komt voort uit pure verbeelding.

Dat vermoeden bleek ik te delen met mijn achterneef die ik gister voor het eerst ontmoette, alleen kon hij wat meer te vertellen over de exacte locatie van x91onzex92 herberg. Die was niet, zoals ik altijd had gedacht, gevestigd op de plek van het Victoria hotel, maar aan de andere kant van de Prins Hendrikkade, dus op de Wallen! Kijk maar eens op de beeldbank, zei mijn achterneef, en verdomd. Op twee fotox92s in het Gemeentearchief, waarvan een van Jacob Olie, staat daar op Prins Hendrikkade nummer 50 het x91Hotel Karsten, koffiehuijs en logementx92.

Met een beetje googlen kwam ik iets meer te weten over mijn voorouders en het pand. Het hotel was eigendom van mijn betovergrootvader Karst Jan Karsten die x92t ergens in de tweede helft van de 19e eeuw had gekocht. Op een foto uit 1867 telt Prins Hendrikkade 50 nog maar drie verdiepingen en een zolder en heette het veerhuis Lemmer. In 1883 heeft mijn betovergrootvader er enkele verdiepingen op laten zetten, getuige de door hemzelf gesigneerde bouwtekening die zich in x92t Gemeentearchief bevindt. Ondertussen was mijn overgrootvader Rense al geboren, in 1871, dus x92t kan niet anders dan dat hij in zijn kindertijd heeft rondgehuppeld door dezelfde straten als waar ik nu dagelijks loop. In 1896 vertrok hij na een apothekersstudie naar Assen waar hij een apotheek overnam. Maar de banden met Amsterdam werden niet helemaal verbroken. In 1910 trouwde hij hier met de in Amsterdam geboren Anna Margaretha Graf, wier voorouders ooit uit Noord Rhein Westfalen waren gexebmigreerd. Het hotel heette toen al geen Karsten meer. In 1901 was het blijkbaar overgenomen door het naastgelegen hotel De Wereld die de twee panden samenvoegde en er een hele nieuwe gevel tegenaan liet bouwen. Het jaartal 1896 in de huidige gevel moet een soort vervalsing zijn, want de officieele bouwtekeningen dateren van vier jaar later. In de jaren twintig vestigde het Leger des Heils er haar hoofdkwartier en met een korte onderbreking in de oorlog, is het pand nog steeds in handen van het Leger, getuige de religieuze teksten op de gevel: God roept U en Jesus Loves You (en de christelijke boekhandel in de plint). Karst Jan stierf in 1914 en werd op 7 maart van dat jaar op de Nieuwe Ooster begraven.

Het hotel Karsten was een ware x91eye-openerx92 voor mij en mijn broer en mijn neven die net als ik al jaren in Amsterdam wonen, maar hier niet zijn geboren. Mijn neef schreef: ik ben 1012 materiaal met ancixebnniteit! Mijn broer dat we in de 19e eeuw al vuistdiep in het vastgoed van 1012 zaten. Zelf stelde ik me zo voor dat x96mocht iemand me ooit nog import noemen- ik zou roepen: x93Zeg luister pik, mijn voorouders hadden al een hotel op de Wallen toen jouw voorouders nog turf liepen te steken in de Brabantse Peel! DUHHHx94

 

Over kunst, kraken en hoogglanskeukens II

Een ontruimingsbevel dus.  Zelfs de agent die ermee voor de deur stond, vond het jammer. Het ontruimingsbevel was in gang gezet door de Staat der Nederlanden op grond van de anti-kraakwet, en niet, zoals vroeger gewoonlijk was, het gevolg van een civiele procedure. De eigenaar was er niet eens aan te pas gekomen. Dat kon ik niet over mijn kant laten gaan en ik schreef een verklaring ten gunste van de krakers.

Zo belandde ik afgelopen donderdag op zitting van een kort geding dat vier panden, waaronder de sauna, tegen de ontruiming hadden aangespannen. De eerste helft, die ik doorbracht op de publieke tribune, ging vooral over de invulling van de uitspraak van het hof twee dagen daarvoor. Moet het belang van de krakers toch worden meegenomen in de afweging om tot ontruiming over te gaan? En moet je wel ontruimen, als er toch niets met een pand gebeurd?

Tijdens de tweede helft, die ik nu in de zaal zelf mocht bijwonen,  kwamen de afzonderlijke panden aan de orde. Tot mijn grote verbazing, en die van de krakers, kwam de eigenaar van de sauna met een huurcontract op de proppen. Sinds 1 maart was de ruimte verhuurd aan een overigens bonafide lijkende bedrijf Mystic Living, gespecialiseerd in hoogglanskeukens en welness badkamers. Om wat dichter bij de klanten in de binnenstad te zijnx85.

De eigenaar had net zo goed aan kunnen kondigen dat Ikea een nieuwe vestiging zou openen op de Wallen. De advocaat van de krakers sprak dan ook van een schijncontract, gezien de slechte bouwkundige staat, de onwaarschijnlijke locatie en de beperkte mogelijkheden vanwege de  in beton gegoten sauna-voorzieningen. Ik liet een parketwachter een briefje bij de advocaat bezorgen waarin ik wees op een nog ander belangrijk argument en voordat ik x92t wist, zat ik achter de microfoon.

Want denkt u even met mij mee. De steeg gaat aan een zijde veertien maanden potdicht vanwege de aanleg van een tunnel.  Een bedrijf als Mystic Living is voor zijn toevoer dan volledig aangewezen op de Warmoesstraat. Daar mag je alleen tussen 8.00 x92s ochtends en 12.00 x92s middags met auto en/of vrachtwagen komen. En dan moet je nog uit goed hout gesneden zijn, wil je je weg vinden tussen de machox92s van Heineken en Interbrew. De steeg zelf is 2 meter 90 breed. Daar kunnen en mogen al helemaal geen autox92s, laat staan, bestelbusjes komen. Hoe wil Mystic Living zijn hoogglanskeukens, die de maat van een gemiddelde sociale woning hebben, in de steeg krijgen. En er weer uit?

Nou, dat was allemaal GEEN probleem voor Mystic Living die kennelijk in de ondergekotste, ondergepiste, compleet onbereikbare Heintje Hoekssteeg de ideale plek ziet om zijn klanten uit de grachtengordel te ontvangen. Aldus de eigenaar.

Ik geloofde er niets van. De krakers geloofden het niet. De gemeente, die ik na de zitting op de hoogte stelde van de x91nieuwe aanwinst' voor het 1012 gebied, geloofde het niet. Mijn buren geloofden het niet.

En of de rechter het gelooftx85   uitspraak 18 maart.